Category Archives: Nieuws

Bijeenkomst op dinsdag 13 augustus 2019

Bevrijding is onvoorwaardelijke liefde,
want zij is een volkomen acceptatie van alles en iedereen als jezelf.
Je accepteert het zelf van de ander als jezelf.
Daarmee vallen alle gevoelsmatige scheidingen weg.
Je bent alles en iedereen.
Dat is de betekenis van ‘de andere liefhebben als jezelf’.

Bij die liefde komt de kwaliteit van bewustzijn.
Je bent als bewust-liefde-zijn en iedereen
zonder een speciaal ik-centrum.

Bron : Openingen naar Openheid – Non-dualiteit erkennen  van  Douwe Tiemersma

 

Alleen je eigen zijn-bewustzijn-gelukzalig zijn blijft over
Schiermonnikoog, 1 juni 2012

Als je hier gaat zitten en je je ontspant, besef je dat er eigenlijk niets is veranderd. De tijd valt weg en er ontstaat een diepe stilte waarin al die zaken die je eerst zo belangrijk vond, wegvallen. Alleen je eigen zijn-bewustzijn-gelukzalig zijn blijft over. Dat is oneindig. Als je je even ontspant, merk je hoe dichtbij en hoe natuurlijk dat is. In de dualiteit ben je gericht op de dingen om je heen of op allerlei mentale objecten. Dan valt de dualiteit weg. Blijft over die non-duale sfeer waarin geen scheidingen zijn. Je ziet hoe dichtbij het is. Je bent het zelf. Wees je bewust van die verandering van de oriëntatie. Je merkt dat je die verschillende mogelijkheden hebt. Je ziet heel duidelijk: ik kan bij mezelf blijven terwijl het leven door kan gaan. Er blijft een non-duale sfeer. In die non-duale sfeer komen tijd en geen tijd, vorm en geen-vorm bij elkaar. Het belangrijkste is om helder te blijven omtrent je eigen situatie, vooral wat betreft je eigen oriëntatie. Vanuit je diepere – of hogere – bewustzijn kun je de verschillen in oriëntatie heel duidelijk ervaren, ook op een steeds subtieler niveau. Als je het niet doet, zit je voor je het doorhebt weer te denken op de oude wijze, zit je weer op de oude wijze te kijken, ben je weer aan het handelen op een oude wijze, in de dualiteit.

Vanuit die grotere helderheid merk je allereerst de neiging op om die oude gewoonten weer op te pakken. Wanneer je die neiging tijdig opmerkt is ze heel gemakkelijk weer los te laten. Blijf dus helder op het meer oorspronkelijk niveau. Er is een oneindigheid van ruimte, er is stilte, je bent er jezelf, zonder invulling. Je blijft je bewust van het geheel. Dat betekent: je blijft je bewust van jezelf, ook lichamelijk. Natuurlijk stel je vast wat daar aan lichamelijke gevoelens zijn, maar je ervaart ze ook in de grote ruimte. Zo zie je wat daar gebeurt, wat je situatie is. Je blijft je bewust van jezelf, van je eigen bewustzijn, daarin ontspan je je. Laat die kwaliteit van je eigen bewustzijn sterker worden. Het is bewustzijn met een hoge intensiteit, zonder spanning, maar toch met een hoge intensiteit, geweldig alert, helder. Wanneer die alertheid verdwijnt zit je zomaar weer op een ander niveau van beperkt bewustzijn, in de dualiteit. Het is een steeds meer wakker worden op dat hogere niveau. Zie dat het leven op zich dan helemaal niet hoeft te veranderen. Alleen in verticale zin gebeurt er iets. Je wordt je steeds meer bewust van je eigen zelf-zijn en dat blijkt dan zo omvattend groot te zijn dat al het andere daarin opgenomen wordt en doorzichtig wordt. Dat is dus die andere oriëntatie. Je zit dan niet meer ergens geconcentreerd in een beperkt zelf-zijn. Dat is open gekomen. Ervaar die overgangen van dualiteit naar non-dualiteit. Van de complexiteit van dingen die gescheiden zijn naar die eenvoud van eenheid. Als je niet moeilijk gaat denken is het zo eenvoudig. In de stilte kom je open. Wees daarin helder bewust zodat het stabiel kan worden. Bevestig het maar: dit is het, dit is het, dit is het.

Als je het denken nu eens weglaat en je keert steeds terug naar de kern van jezelf. Dan stel je vast: hier is helemaal geen tijd, hier is geen afstand, hier is alleen maar openheid. Ga je daarop richten. Zolang je met het denken bezig blijft, blijf je in de dualiteit zitten en je ziet de complexiteit en het worstelen. Zodra je daar iets van merkt moet er een belletje gaan rinkelen: stop, ik zit in de verkeerde richting. Eerst terug. Het is natuurlijk heel idioot dat je denkt oplossingen te kunnen vinden door verder te gaan worstelen en te denken. Je weet dat dat geen oplossing geeft. Dan zit je op het verkeerde niveau. Dus je moet stoppen met dat denken en worstelen. Wanneer je dan ook weet: als ik terugga in mezelf, daar ontspannen blijf rusten, dan is er intern een helderheid die vaststelt dat de problematiek er niet meer is – dan kan er intern ook de helderheid zijn om dit te laten voortduren, zodat je niet meer terugkeert naar dat problematische plekje.

In die ruimte van bewustzijn leer je alles wat nog nodig is om te leren. Al die oude gewoontes die toch weer de neiging hebben om op te komen: je ziet ze en je kunt ze loslaten. Al die kleinzieligheden van je, ze komen echt wel weer op, maar je ziet ze en je laat ze los. Al die kinderachtigheid, je ziet dat alles en laat het los. Het lost op en verdwijnt als de wolken. En overal is zonlicht. Het gaat er niet om te zeggen: dit moet je doen en dat moet je niet doen, dit moet je nastreven en dat moet je tegenhouden. Het enige is de dynamiek van het zelf-zijn te leren kennen in zijn beperktheid en in zijn onbeperktheid. Dat is alles. Je stelt vast dat er af en toe nog een terugval is in de beperktheid. En je beseft: ‘eigenlijk weet ik beter’. Het is niet slecht dat het terugkeert, het is gewoon dom. Je weet dan gewoon niet meer hoe het zit. Want natuurlijk wil iedereen gelukkig worden. De wijze waarop men dat nastreeft is vaak gewoon dom. Dat is de onwetendheid, het niet-weten. Maar je weet dat je met je bewustzijn kunt terugkeren naar je oorspronkelijke openheid die er altijd is. Verblijf daarin steeds meer stabiel, op een steeds zuiverder, vollediger wijze.

Bron: Satsang – Douwe Tiemersma

11 juni 2019

Gewaarzijn is moeiteloos en gratis
(30 maart 1971) 

Gebruik elke gelegenheid om je eraan te herinneren dat je gebonden bent en dat alles wat je overkomt veroorzaakt wordt door je lichamelijke bestaan. Angst, verlangen, bezorgdheid, vreugde, al die dingen kunnen niet verschijnen tenzij jij er bent om aan te verschijnen. Maar wat er ook gebeurt is een richtingaanwijzer, die je verwijst naar je eigen bestaan als waarnemend middelpunt. Vergeet de richtingaanwijzers en wees je bewust van dat waar ze naar verwijzen. Het is heel eenvoudig, maar je moet het wel doen!

De menselijke geest is niets meer dan een golf in de oceaan van het bewustzijn. Hij komt en hij gaat, net als een golf. Als oceaan, als water, is hij eeuwig en oneindig. Ken jezelf als de Oceaan van het Zijn, als bron van alle bestaan. Natuurlijk zijn dat allemaal maar vergelijkingen – de Realiteit ligt dieper dan wat beschreven kan worden.

Citaten uit Ik Ben– Zijn – hoofdstuk 48   van Nisargadatta

 

De directe weg

Je moet duidelijk gaan zien dat je je Zelf bent en dat niemand je dat kan afnemen. Ze kunnen je desnoods je lichaam van je afnemen, maar het zelf-zijn blijft. Dat is zonder vorm en boventijdelijk. Het is er altijd al geweest en zal er altijd zijn. Richt je daarop en voel: ik ben mezelf. Dat zelf heeft iedereen. Het is het meest zekere. Wanneer je dit enigszins beseft, worden de banden minder zwaar en kunnen ze verdwij­nen. In ieder geval worden ze betrekkelijk. Zolang het lichaam er is blijven de relaties er in zekere zin, maar je bent er vrij van, omdat je inziet dat je daartoe niet beperkt bent.

Het is een gevoelsmatig, bewust zelf-zijn.
Het is het meest dichtbije wat er is. Dat heeft iedereen, hoewel de meeste mensen zich dat niet zo bewust zijn. Men gaat het zelf-zijn inkapselen in vormen, vastleg­gen in eigenschappen. Het wordt verstopt. Maar, wanneer je terugkeert op het zelf-zijn, ervaar je dat vormen niet belangrijk zijn.

Het zelf-zijn was er vroeger, is er nu en zal er altijd zijn. Het zal er ook zijn wanneer het lichaam is verdwenen en was er ook voor de geboorte en de conceptie. Ga je daar op richten. Het hele leven is een film die verschijnt in het zelf als gewaarzijn. Dit laten gebeuren is de belangrijkste meditatie. Word je bewust van je zelf-zijn. Dan ben je vrij van verleden, heden en toekomst.

Blijf kijken naar wat het belangrijkste is. Dan kun je doen wat je wilt in de gewone wereld.

De overgave aan en bewustwording van het zelf is een directe weg.

Meditatie is niet zitten nadenken of experimenteren op bepaalde niveaus, maar openstellen. Dan kom je tot jezelf. Het is zo gemakkelijk. Je draagt het altijd in je, daarvanuit leef je. Alleen kijk je verkeerd, in de uitwendige wereld, in de lichamelijke en gevoelswereld.
Vraag je steeds af: wat ben ik werkelijk? Wanneer je heel helder en eerlijk kijkt, komt de realisatie. Dan word je wat jezelf bent en altijd al was.

Citaten uit Satsang  van Douwe Tiemersma

 

Bijeenkomst 8 januari 2019

Hieronder vind je de meditatietekst voor deze bijeenkomst:

STILTE

Luister naar de stilte, luister. Ga heel precies kijken hoe dat bij jezelf zit, waar alles in de stilte gaat oplossen.
Zie, hoe de stilte verder gaat dan de tegenstelling geluid en stilte. Geluid en gewone stilte wisselen elkaar af. Aan deze afwisseling gaat de Stilte vooraf. Het is de oorspronkelijke stilte waaruit de gewone stilte en het geluid voortkomen. Geluid en stilte komen op als een verschijnselen. De oorspronkelijke stilte is er altijd, continu, onafhankelijk van geluid en stilte. Hij gaat eraan vooraf, zoals je zelf vooraf gaat aan de verschijnselen. Stilte ervaar je niet verschillend van je eigen zelf-zijn. Die Stilte is geen verschijnsel (derde persoon), want Stilte ben je ook zelf (eerste persoon). Als je gaat luisteren vanuit je zelf-zijn naar de stilte, ben je ‘luisteren’. Dan gaat het luisteren samenvallen met de oorspronkelijke stilte, zelf ga je samenvallen met de oorspronkelijke stilte. In die oorspronkelijke sfeer ben je als stil luisteren niet verschillend van de Stilte. Dat is de meditatie. Stilte die luistert naar de stilte: Dàt ben jij.

De muziek is een verwijzing naar de stilte, aanvankelijk naar de stilte tussen de tonen, uiteindelijk naar de oorspronkelijke stilte. Je kunt gericht zijn op het geluid van de tonen. Als je helder bent, word je je bewust van de ruimte van stilte tussen de tonen. Als je helemaal open staat, opent zich de dimensie van de voorafgaande grote stabiele stilte. Daaruit komen muziek en stilte voort. Die Stilte is blijvend, stabiel, krachtig en blijkt omvattender te zijn dan je ooit had kunnen denken.

Waarschijnlijk heb je het non-duale samengaan van beweging en stilte wel eens ervaren. Terwijl je wandelt en alleen maar aan het wandelen bent, is het niet duidelijk of je vooruit gaat of niet. Hoe snel ga je?
Zelfs als je gaat meten, zie je de betrekkelijkheid en het ongrijpbare van snelheid. Natuurkundigen hebben altijd grote problemen gehad om snelheid te meten. Je kunt wel stellen: snelheid is afstand gedeeld door de tijd. Dan heb je de gemiddelde snelheid, maar niet de snelheid in de actuele beweging. Als je de snelheid op een bepaald tijdstip wilt meten, lukt je dat niet. Je kunt wel de trajectjes van gemiddeld zoveel km per uur steeds kleiner maken. Maar, je hebt nog steeds een traject in de ruimte en een traject in de tijd. In een formule worden de trajecten oneindig klein gemaakt en opgeteld, maar beweging pakken in het hier en nu, lukt niet, terwijl hier en nu de grootste werkelijkheid is. Hier en nu is het enige waarin we aanwezig zijn. Daarin stel je vast: hierin is geen beweging. Als je beweging wilt vaststellen, moet je weer gaan denken dat je een traject hebt, dat het hier en nu opschuift en dat je weer het gemiddelde neemt. Maar, dan ben je mentaal aan het construeren!

Waarneming is altijd in het hier en nu. Beweging is daarin niet.
Maar, wanneer er actueel geen beweging is, dan is er ook geen niet-beweging.
Als je naar waarheid zoekt, zul je steeds naar het oorspronkelijke gaan van waaruit alles opkomt. Dan blijkt ook het tegenovergestelde van wat je dacht waar te zijn. Er wordt iets gedaan, er wordt niets gedaan. Er is een beweging, er is geen beweging. Er is verandering, er is geen verandering.
Als je met het denken doorgaat, kom je aan de rand van het denken. Wanneer je consequent bent en verder denkt, zie je het denken ergens openbreken. Als alles een oorzaak heeft en elke beweging een oorzaak heeft, moet er toch een eerste oorzaak zijn. Wanneer ergens een impuls komt voor een beweging, dan moet die impuls ook weer een andere impuls als oorzaak hebben. Als je dat eindeloos volgt, kom je op iets terecht als de Onbewogen Beweger, de Niet-veroorzaakte Oorzaak, de Ongeschapen Schepper. Dat was vaak een gedachtenspel. Hier gaat het om de eigen zijnservaring van die hoogste werkelijkheid. Dus wanneer je gaat nadenken, blijkt dat het denken vanuit elk aanloopje verstrikt raakt.
Op het denkvlak betekent dat een doorbreking van een vast patroon. Als je die relativiteit werkelijk tot je door laat dringen, gaat het je duizelen. Je zult het denken los moeten laten. Wat over blijft, is dat onuitsprekelijke, non-duale.

Bron:  Non-Dualiteit – De grondeloze openheid – Douwe Tiemersma  – Hoofdstuk 4.1.Stilte

Agroep 2018-10-09

Zonder verlangen zijn – het hoogste geluk

Bij de bevrijding wordt het Zelf bevrijd van zijn onjuiste en door onszelf geprojecteerde begrippen.
Een bepaalde ervaring, hoe mooi die ook is, kan dat nooit bevatten. Elke ervaring is beperkt door de tijd. Wat een begin heeft, moet ook een einde hebben. Het enige wat je met zekerheid kunt zeggen: ‘Ik ben’.
Blijf je richten op het gevoel ‘Ik ben’ en wordt er één mee, los erin op, totdat je denken en de ik-ervaring één worden. Als je blijft proberen, vind je op een gegeven ogenblik het juiste evenwicht in je aandacht en je liefde en dan lost het denken voorgoed op in de ‘gevoelsgedachte’: ‘Ik ben’. Wat je daarna ook mag zeggen of denken of doen, dit gevoel van onverstoorbaar en liefdevol Zijn blijft altijd tegenwoordig als de in-grond van denken en voelen.

Als je dieper ga dan het denken en voelen vind je de onmiddellijke ervaring van het Zijn, Zien en Liefhebben.
Je slaagt hierin door steeds dit ‘Ik ben’ voor ogen te houden. Wat voor ervaringen er ook op komen dagen, blijf zelf onbewogen in de wetenschap dat alle waargenomen dingen vergankelijk zijn en dat dit ‘Ik ben’ blijft.
Het is mogelijk aan verschillende kanten bezig te zijn en met een geweldig animo te werken, terwijl je toch van binnen vrij en rustig blijft, met een geest die als een spiegel is die alles weerkaatst zonder daar zelf door te veranderen.

Je eigen Zelf is de hoogste leraar (satguru). De uitwendige leraar (guru) is maar een mijlpaal. Alleen je innerlijke leraar begeleidt je tot je doel, want hij is het doel. Zoek binnen in je en je zult hem vinden.
Bezoeker: Als ik naar binnen kijk, zie ik waarnemingen en gewaarwordingen, gedachten en gevoelens, angsten en verlangens, herinneringen en verwachtingen. Ik zit midden in deze mist en ik zie niets.
Maharaj: Dat wat dit alles ziet en wat ook dat ‘niets’ ziet, is de innerlijke leraar. Alleen Hij is, al het andere is schijn. Hij is je ware natuur, je hoop en je enige weg naar vrijheid; vind hem, laat hem niet los en je vindt je redding en je veiligheid.

Bezoeker: Kunt u me de kortste weg naar zelfrealisatie wijzen?
Maharaj: Er is geen weg die langer of korter is, sommige mensen zijn serieuzer dan andere. Ikzelf bijvoorbeeld – ik was maar een heel gewone man, maar ik schonk mijn goeroe mijn hele vertrouwen. Ik deed wat hij me aanried. Hij zei dat ik me moest concentreren op ‘Ik ben’ en dat heb ik gedaan. Hij maakte me duidelijk dat ik wezenlijk iets dieper ben dan alles wat je kunt waarnemen of bedenken – en ik geloofde hem. Ik gaf hem mijn hart en mijn ziel, mijn volledige aandacht en alle tijd die ik vrij kon maken (ik moest werken om een gezin te onderhouden). Als gevolg van mijn overgave en de serieuze manier waarop ik deed wat hij me aanried, kwam ik binnen drie jaar tot zelfrealisatie.
Kies de weg die het beste bij je past; de vorderingen die je maakt, hangen af van de mate waarin je serieus bent.

                                                                                                                                     Ik Ben / Zijn  – Nisargadatta Maharaj – Hoofdstuk 16  Zonder verlangen zijn – het hoogste geluk

Agroep 2017-04-13

Op  donderdag 13 april gaat onze volgende bijeenkomst door van 19u tot 21u30 in de Groot-Brittanniëlaan 42  9000 Gent.
Graag een seintje als je komt op het GSM-nummer 0476/89 65 04 of naar mijn mail.
Hartelijke welkom,
Jacques

De basisovertuiging ‘Ik ben het lichaam’is maar een mentale toestand die niet duurzaam is. Hij komt en gaat net als elke andere toestand. De illusie dat je lichaam-en-geest bent, kan alleen bestaan omdat je die niet aan een onderzoek kan onderwerpen. Dat niet-onderzoeken is de draad waar alle geestestoestanden aan geregen zitten.
Alle geestestoestanden, alle namen en vormen van het bestaan zijn er uitsluitend bij de gratie van dat niet-onderzoeken en van verbeelding en goedgelovigheid. Het is juist om te zeggen ‘Ik ben’, maar het zeggen van ‘Ik ben dit’ of ‘Ik ben dat’ laat zien dat iemand geen onderzoek naar zichzelf heeft ingesteld – een teken van geestelijke zwakte of luiheid.
Er is niets mis met het idee van een lichaam, zelfs niet met het idee ‘Ik ben het lichaam’. Maar het is onjuist jezelf te beperken tot dat éne lichaam. In werkelijkheid is alles wat bestaat, elke vorm, binnen mijn bewustzijn en dus mijn vorm. Ik kan aan niemand vertellen wat ik ben, want woorden kunnen alleen beschrijven wat ik niet ben. Ik ben, en doordat ik ben, kunnen alle andere dingen verschijnen. Maar omdat wat ik ben dieper ligt dan het bewustzijn, kan ik niet in woorden van het bewustzijn beschrijven wat ik ben. En toch ben ik. Er is geen antwoord op de vraag ‘Wie ben ik?’. Geen enkele ervaring kan als antwoord dienen, want het zelf ligt achter elke ervaring.
Blijf je richten op het gevoel ‘Ik ben’ en wordt er één mee, los erin op, totdat je denken en de ik-ervaring één worden. Als je blijft proberen, vind je op een gegeven ogenblik het juiste evenwicht in je aandacht en je liefde en dan lost het denken voorgoed op in de ‘gevoelsgedachte’: ‘Ik ben’. Wat je daarna ook mag zeggen of denken of doen, dit gevoel van onverstoorbaar en liefdevol Zijn blijft altijd tegenwoordig als de in-grond van denken en voelen.
Ik Ben Zijn – Shri Nisargadatta Maharaj

Agroep 2016-11-10

Het komt over als pure liefde.
De acceptatie geeft ruimte, een positieve ruimte, een ruimte van goedheid en liefde. Er is geen inkadering in een bepaald vooroordeel. Elk oordeel sluit af, zodat er niets nieuws kan komen. Als je de leegte accepteert, als je je wereld en jezelf echt open laat, blijft alles oneindig open.
 Steeds zijn er in het leven dingen die je niet kunt inkaderen. Je kunt je daar meer bewust van worden. Dan moet je daar wel op gaan letten, want voordat je het weet heb je het vreemde weer gereconstrueerd tot iets bekends. Je kijkt dan weer tegen iets bekends aan. De opening in de wereld is weer gesloten, de diepte maakte weer plaats voor platheid. Soms kijk je door het oppervlak van de dingen heen. Zij krijgen dan een dieptedimensie. Dat kan gebeuren bij mensen met wie je een goed contact krijgt. In dat diepe contact blijf je niet staan bij het visuele beeld van de ander, het uiterlijk, maar je gaat daaraan voorbij. Dat gebeurt al in elk gesprek dat je met iemand anders hebt. Als je iemand toespreekt, ben je gericht op die ander als persoon. Wat is dan die persoon waar je in je spreken op bent gericht? Dat is niet het uiterlijk, dat is niet het geheel van de beelden of informatie die je van de ander hebt. Informatie is niet alles, al denken veel mensen van wel. De ander heeft een diepte tot in het oneindige. Als je er oog voor hebt, ontstaat er een oneindigheidsperspectief in de ander. In je spreken ben je daarop als kern van de persoon gericht. Als je iemand echt iets vraagt, verwacht je een authentiek antwoord te krijgen, dat wil zeggen, vanuit de oorspronkelijke diepte van de ander, en geen geprogrammeerd antwoord van een robot. Die oneindige diepte kan ineens op je af komen en je ineens overvallen, bijvoorbeeld als iemand je echt aankijkt. Als je die ander met zijn peilloze blik kunt accepteren, komt het echt open. Zoiets kan ook gebeuren bij andere levende wezens, de dieren en de planten, en ook voor niet-levende dingen. Ze hebben alle een eigenheid en diepte die niet zomaar is in te kaderen in de eigen patronen. Je schept niet alles zelf. De constructie van de geest is beperkt. De wereld is geen gesloten creatie van de geest, maar oneindig open in alle richtingen.
 Dan blijft er de verwondering: hoe is het mogelijk dat de vormen opkomen vanuit die diepte-sfeer. Wat is dat voor sfeer? Deze past niet in de kaders van de standaard ruimte en tijd. Ook inhoudelijk ga je in de gesprekken met anderen door de materiële vormen heen naar een leven en beleven van allerlei soorten werelden. Daarin lopen heden, verleden en toekomst door elkaar; het hier en het daar zijn niet meer gescheiden. Dat geldt ook voor het zien naar een schilderij, bij het luisteren naar muziek. Waar komen al die werelden vandaan? Van waaruit komen al die vormen op? Je staat stil bij simpele dingen, een glas water, een bloem, de zon, en je verwondert je er ineens over dat die dingen er zijn. Als je de waargenomen dingen niet direct invoegt in je kennis die je hebt geleerd, komen de dingen op vanuit een open sfeer en je verwondert je. Het is een wonder dat die dingen er zijn. Dat geldt ook voor je eigen lichamelijke bestaan. Het is een wonder, als je het niet in de vanzelfsprekende patronen vastzet. Toch laat het alledaagse leven op veel plaatsen openheid zien. Soms breekt die openheid ineens sterk door.
NON-DUALITEIT  –  4.3 ‘DAT BEN JIJ’ : WAT IS ‘DAT’? 
Gouda, 6 december 2006    Douwe Tiemersma

Agroep 2016-03-10

De oceaan en de golven

Dit is een belangrijke metafoor om een betere herkenning te krijgen van non-dualiteit. Het is een imaginatie waarbij de afstand tot het beeld verdwijnt. Dan wordt de innerlijke betekenis duidelijk voor jezelf. Uitgaande van je zelfervaring als een persoon kun je ervaren dat je in de oceaan zakt, daarin oplost en zelf die oceaan bent. Je kunt je ook identificeren met een golf. Dan zit je achter je ogen te kijken naar andere golven op een afstand. Je stelt vast: ‘Ik ben verschillend van die an­dere golven.’ Zij zijn een beetje anders; sommige zijn hoger. Zelf wil je ook hoger worden, maar je ervaart dat je kleiner gaat worden en dreigt te verdwijnen. Je doet er alles aan om je bestaan als golf te rekken. Je kunt natuurlijk ook gaan zien dat je niets anders bent dan de oceaan en dat de an­dere golven ook de oceaan zijn en dus gelijk aan jou.

Je kunt meditatief zo bij die oceaan als erva­ren realiteit blijven dat de afstand gaat verdwijnen. In je eigen beleving zak je dan in die oceaan, ga je erin op en ga je ermee samenvallen. Als golf is er de ervaring dat je bestaan zich naar beneden toe doorzet, dat je peilloos diep bent. Als oceaan ervaar je je peilloos diep met naar boven toe ergens een golf die de kop opsteekt. Dan wordt duide­lijk dat, als je je identificeert met die golf en die blik, je je eigen zelf-zijn vergeet. Je gaat dan oordelen, wensen en willen. Dan is duidelijk dat het golfje alleen een oppervlakteverschijn­sel is, dat het eigenlijk niets is in vergelijking met de oceaan. Je bent die oceaan, die af en toe wat van die verschijnselen aan de oppervlakte heeft. Daarbij zijn de golfjes niet ver­schillend van elkaar.

In de golf is er een afstandelijke waar­neming van objecten. In de oceaan, teruggekeerd in jezelf als gevoelsmatig bewust-zijn, is er een intern kennen, een interne zijnservaring dat je de hele oceaan bent. Kijk maar eens naar je hand. Je kunt vanuit je ogen naar je handen kijken als object. Je kunt je ook bewust wor­den van je innerlijke sfeer, bijvoorbeeld bij het tasten. Dan is je hand geen object. Je hand neemt waar en zelf ben je je hand, als subject van de waar­neming. Je kunt ook jezelf als gezichtspunt laten zakken. Je perspectief gaat dan naar beneden en daarbij kom je dichterbij je lichaam totdat je ermee samenvalt. De scheiding tussen object en jezelf als subject verdwijnt. Eerst is er (bovenin) een scheiding tussen waarnemer en waargenomene, terwijl er ook (naar beneden toe) een verweving is en zelfs een samenvallen.

Wat je ervaart hangt dus af van je standpunt. De verschillende perspectieven kun je je ook tegelijkertijd bewust. Dat is dus een voelen en een zien. Het zien en voelen gaat samen. Het zien is ingebed in de gevoelsmatige zelf-sfeer waarin geen scheidingen zijn. Als je jezelf in de spiegel ziet, kun je zeggen dat je een beeld ziet. En je bent geen beeld. Dat niet-zijn vanuit het bewuste zien gaat echter samen met het gevoelsmatig zijn van het beeld. Dat wordt duidelijk als je je afstandelijk én op een dieper niveau bewust wordt. Dit is een innerlijk bewustzijn zonder je exclusief achter je ogen op te stellen of in het topje van de golf te gaan zitten, terwijl je ook beseft dat je als bewust-zijn niet afhankelijk bent van de ervaren vormen.

SATSANG – Hoe zit het met jezelf? – Douwe Tiemersma
Hoofdstuk 49

Agroep 2015-09-10

ZINTUIGLIJKE NON-DUALITEIT

Wil de tweeheid en het ermee verbonden lijden oplossen, dan zul je in de praktijk heel helder, ervaringsmatig, moeten vaststellen dat non¬dualiteit de werkelijkheid is.

Het tastgevoel:
Stel je voor dat de wind waait en dat je die wind op je huid ervaart. Wat ervaar je nu werkelijk? Er is een gevoel waarbij je niet meer apart de huid ervaart en de wind ervaart. In de ervaring is er één verschijnsel. Je kunt er verder over denken dat het twee kanten heeft, je huid en de wind, maar wat je ervaart is één ver¬schijnsel. Je ervaart niet je huid apart en de wind apart. Ze zijn helemaal samen gekomen. Het is één gevoelsmatig verschijnsel. Noem het maar huid-wind. Het lichamelijke van jezelf en wat zogenaamd van buiten komt vallen helemaal samen. Je moet gewelddadig ingrijpen om die twee weer uit elkaar te halen. In de gevoelsmatige ervaring gaat het alleen maar om dat ene gevoel huid-wind. De wind is niet zonder huid, de huid is niet zonder wind. Het is één verschijnsel.

De smaak:
Als je iets proeft, bv fruit. Hoe zit het met jezelf wat betreft die smaakervaring en datgene wat je proeft? Dat is toch ook één? Er is niet een apart ‘ik proef’ en ‘dat wat ik proef’; beide zijn bij elkaar gekomen. Er is één verschijnsel van smaak. Als je heerlijk geniet van de smaak, ga je er gemak¬kelijk in op. Dan is er alléén maar ‘één smaak’. Er is niets anders. Je pakt het fruit en er is nog afstand; je brengt het naar je toe, geniet ervan en er is in het volkomen genieten een samenvallen van jezelf en het fruit.

In het horen verdwijnt ook de scheiding.
Je hoort mooie muziek en je gaat erin mee: de scheiding is verdwenen. In het meegaan ontwikkelt ‘ik hoor/ben de muziek’ zich ruimtelijk en ontstaat er het letterlijk-oneindige zijnsgenieten. Je kunt niet zeggen of dat ergens buiten is, of dat dat in je eigen sfeer aanwezig is. Er is een non-dualiteit.

Het zien is sterk dualistisch, want het zien stelt op afstand iets vast. Doordat wij heel duidelijk visueel zijn ingesteld, is in ons idee alles op afstand aanwezig. De tweeheid heerst. Maar er is ook een ander zien, een gevoelsmatig zien waarin geen afstand aanwezig is. Als je ziet vanuit je hart merk je dat je in het zien bij en in de dingen bent. Elke afstand is weg. Je ziet iemand anders vanuit je hart. De afstand valt weg en direct kun je vaststellen dat er geen tweeheid met die ander is maar een non-dualiteit. Je moet je inspannen om de afstand in de gaten te houden en te laten voortbestaan. Als er een beetje ontspanning komt, zak je vanzelf naar beneden. Je gaat weer gevoelsmatig zien – vanuit je hart – en ziet dan de scheiding verdwijnen.

Uit Non-Dualiteit van Douwe Tiemersma p172-176

Agroep 2015-06-11

Over het kennen

Allereerst is inkeer nodig om niet gefixeerd te blijven op datgene wat daar buiten is. Als de aandacht werkelijk eerst naar binnen gaat komt alles weer op een prachtige manier terug. Op een heel andere wijze dan bij de scheiding binnen-buiten. Er is dan namelijk niet meer de oude structuur ‘ik hier, de andere dingen daar en ertussen de relatie’. Het kennen wordt veel intiemer dan ooit mogelijk is bij de afstandelijke wijze van kennen. Er is geen scheiding meer tussen binnen en buiten. Alles is in de sfeer van Zelf-zijn aanwezig. Er is geen beperking meer in het zelf en in de objecten. Beide gaan totaal in elkaar op. Er is fundamenteel geen gescheidenheid meer. Dat is advaita. Het is geen positieve eenheid, maar ongescheidenheid waar je eigenlijk niets meer over kunt zeggen.

Traditioneel wordt in de oude teksten van de Upanishaden steeds weer gevraagd: wie is de eigenlijke waarnemer? Als je je werkelijk iets realiseert van de uiteindelijke waarnemer, dan blijkt die hele structuur van de waarnemer, het waargenomene en het waarnemen niet meer aanwezig te zijn. Dan blijkt dat het waarnemen een direct vaststellen is. Als er verschijnselen zijn, zijn ze er blijkbaar als zodanig. Dat is de waarheid: het verschijnen van iets. Als je gaat denken en allerlei tussenliggende processen van het waarnemen stelt, zeg je dat de waarneming indirect is. Ze maakt gebruik van verschillende organen en allerlei cognitieve schema’s. Maar wanneer je gaat kijken naar de waarneming zoals die bij jezelf aanwezig is, dan is die direct. Dan heb je niets te maken met ogen, hersenen en kenvormen. Er is een direct vaststellen. Pas wanneer het denken erbij komt, krijg je weer het uit elkaar halen, de indirectheid.

De neurobiologen zeggen dat de waarneming in de hersenen plaats vindt. Wanneer er waarneming van een landschap is, heb je niets met je hersenen te maken en wel alles met het landschap. In de waarneming zelf zijn geen hersenen en als ze er zijn zijn het waargenomen hersenen, een object. De waarneming is direct. Iets verschijnt hier en nu in het licht, en het is er. Ook al kijk je even later de andere kant op en zie je iets anders. Ook dan is er een directe waarneming in het hier en nu.

Elk object komt in de waarneming wezenlijk samen met het subject, want anders is er geen waarneming. In elk waarnemen is er eigenlijk een tijdloos ogenblik, en er is iets. En dat is een proces waarbij het subject en object samenvallen. Je neemt als subject iets waar en je neemt het waar als waar, ook al stel je later vast dat het een onjuiste waarneming was. Dan is er namelijk een nieuwe directe vaststelling in de eigen sfeer.
In de directheid gaan het vaststellen en het verschijnen samen, het bewustzijn en het zijn, subject en object. Voordat ze werkelijk helemaal samenvallen is er een intuïtief, intern waarnemen, een zijnskennen, waarbij je niet meer verschillend bent van datgene wat je waarneemt. Als beide polen volledig samenvallen is er niets meer. Daarvan is nog een leeg zijnskennen mogelijk.

Uit een gesprek met Douwe Tiemersma te Gouda, 22 mei 2002