Category Archives: Nieuws

Agroep 2018-10-09

Zonder verlangen zijn – het hoogste geluk

Bij de bevrijding wordt het Zelf bevrijd van zijn onjuiste en door onszelf geprojecteerde begrippen.
Een bepaalde ervaring, hoe mooi die ook is, kan dat nooit bevatten. Elke ervaring is beperkt door de tijd. Wat een begin heeft, moet ook een einde hebben. Het enige wat je met zekerheid kunt zeggen: ‘Ik ben’.
Blijf je richten op het gevoel ‘Ik ben’ en wordt er één mee, los erin op, totdat je denken en de ik-ervaring één worden. Als je blijft proberen, vind je op een gegeven ogenblik het juiste evenwicht in je aandacht en je liefde en dan lost het denken voorgoed op in de ‘gevoelsgedachte’: ‘Ik ben’. Wat je daarna ook mag zeggen of denken of doen, dit gevoel van onverstoorbaar en liefdevol Zijn blijft altijd tegenwoordig als de in-grond van denken en voelen.

Als je dieper ga dan het denken en voelen vind je de onmiddellijke ervaring van het Zijn, Zien en Liefhebben.
Je slaagt hierin door steeds dit ‘Ik ben’ voor ogen te houden. Wat voor ervaringen er ook op komen dagen, blijf zelf onbewogen in de wetenschap dat alle waargenomen dingen vergankelijk zijn en dat dit ‘Ik ben’ blijft.
Het is mogelijk aan verschillende kanten bezig te zijn en met een geweldig animo te werken, terwijl je toch van binnen vrij en rustig blijft, met een geest die als een spiegel is die alles weerkaatst zonder daar zelf door te veranderen.

Je eigen Zelf is de hoogste leraar (satguru). De uitwendige leraar (guru) is maar een mijlpaal. Alleen je innerlijke leraar begeleidt je tot je doel, want hij is het doel. Zoek binnen in je en je zult hem vinden.
Bezoeker: Als ik naar binnen kijk, zie ik waarnemingen en gewaarwordingen, gedachten en gevoelens, angsten en verlangens, herinneringen en verwachtingen. Ik zit midden in deze mist en ik zie niets.
Maharaj: Dat wat dit alles ziet en wat ook dat ‘niets’ ziet, is de innerlijke leraar. Alleen Hij is, al het andere is schijn. Hij is je ware natuur, je hoop en je enige weg naar vrijheid; vind hem, laat hem niet los en je vindt je redding en je veiligheid.

Bezoeker: Kunt u me de kortste weg naar zelfrealisatie wijzen?
Maharaj: Er is geen weg die langer of korter is, sommige mensen zijn serieuzer dan andere. Ikzelf bijvoorbeeld – ik was maar een heel gewone man, maar ik schonk mijn goeroe mijn hele vertrouwen. Ik deed wat hij me aanried. Hij zei dat ik me moest concentreren op ‘Ik ben’ en dat heb ik gedaan. Hij maakte me duidelijk dat ik wezenlijk iets dieper ben dan alles wat je kunt waarnemen of bedenken – en ik geloofde hem. Ik gaf hem mijn hart en mijn ziel, mijn volledige aandacht en alle tijd die ik vrij kon maken (ik moest werken om een gezin te onderhouden). Als gevolg van mijn overgave en de serieuze manier waarop ik deed wat hij me aanried, kwam ik binnen drie jaar tot zelfrealisatie.
Kies de weg die het beste bij je past; de vorderingen die je maakt, hangen af van de mate waarin je serieus bent.

                                                                                                                                     Ik Ben / Zijn  – Nisargadatta Maharaj – Hoofdstuk 16  Zonder verlangen zijn – het hoogste geluk

Agroep 2017-04-13

Op  donderdag 13 april gaat onze volgende bijeenkomst door van 19u tot 21u30 in de Groot-Brittanniëlaan 42  9000 Gent.
Graag een seintje als je komt op het GSM-nummer 0476/89 65 04 of naar mijn mail.
Hartelijke welkom,
Jacques

De basisovertuiging ‘Ik ben het lichaam’is maar een mentale toestand die niet duurzaam is. Hij komt en gaat net als elke andere toestand. De illusie dat je lichaam-en-geest bent, kan alleen bestaan omdat je die niet aan een onderzoek kan onderwerpen. Dat niet-onderzoeken is de draad waar alle geestestoestanden aan geregen zitten.
Alle geestestoestanden, alle namen en vormen van het bestaan zijn er uitsluitend bij de gratie van dat niet-onderzoeken en van verbeelding en goedgelovigheid. Het is juist om te zeggen ‘Ik ben’, maar het zeggen van ‘Ik ben dit’ of ‘Ik ben dat’ laat zien dat iemand geen onderzoek naar zichzelf heeft ingesteld – een teken van geestelijke zwakte of luiheid.
Er is niets mis met het idee van een lichaam, zelfs niet met het idee ‘Ik ben het lichaam’. Maar het is onjuist jezelf te beperken tot dat éne lichaam. In werkelijkheid is alles wat bestaat, elke vorm, binnen mijn bewustzijn en dus mijn vorm. Ik kan aan niemand vertellen wat ik ben, want woorden kunnen alleen beschrijven wat ik niet ben. Ik ben, en doordat ik ben, kunnen alle andere dingen verschijnen. Maar omdat wat ik ben dieper ligt dan het bewustzijn, kan ik niet in woorden van het bewustzijn beschrijven wat ik ben. En toch ben ik. Er is geen antwoord op de vraag ‘Wie ben ik?’. Geen enkele ervaring kan als antwoord dienen, want het zelf ligt achter elke ervaring.
Blijf je richten op het gevoel ‘Ik ben’ en wordt er één mee, los erin op, totdat je denken en de ik-ervaring één worden. Als je blijft proberen, vind je op een gegeven ogenblik het juiste evenwicht in je aandacht en je liefde en dan lost het denken voorgoed op in de ‘gevoelsgedachte’: ‘Ik ben’. Wat je daarna ook mag zeggen of denken of doen, dit gevoel van onverstoorbaar en liefdevol Zijn blijft altijd tegenwoordig als de in-grond van denken en voelen.
Ik Ben Zijn – Shri Nisargadatta Maharaj

Agroep 2016-11-10

Het komt over als pure liefde.
De acceptatie geeft ruimte, een positieve ruimte, een ruimte van goedheid en liefde. Er is geen inkadering in een bepaald vooroordeel. Elk oordeel sluit af, zodat er niets nieuws kan komen. Als je de leegte accepteert, als je je wereld en jezelf echt open laat, blijft alles oneindig open.
 Steeds zijn er in het leven dingen die je niet kunt inkaderen. Je kunt je daar meer bewust van worden. Dan moet je daar wel op gaan letten, want voordat je het weet heb je het vreemde weer gereconstrueerd tot iets bekends. Je kijkt dan weer tegen iets bekends aan. De opening in de wereld is weer gesloten, de diepte maakte weer plaats voor platheid. Soms kijk je door het oppervlak van de dingen heen. Zij krijgen dan een dieptedimensie. Dat kan gebeuren bij mensen met wie je een goed contact krijgt. In dat diepe contact blijf je niet staan bij het visuele beeld van de ander, het uiterlijk, maar je gaat daaraan voorbij. Dat gebeurt al in elk gesprek dat je met iemand anders hebt. Als je iemand toespreekt, ben je gericht op die ander als persoon. Wat is dan die persoon waar je in je spreken op bent gericht? Dat is niet het uiterlijk, dat is niet het geheel van de beelden of informatie die je van de ander hebt. Informatie is niet alles, al denken veel mensen van wel. De ander heeft een diepte tot in het oneindige. Als je er oog voor hebt, ontstaat er een oneindigheidsperspectief in de ander. In je spreken ben je daarop als kern van de persoon gericht. Als je iemand echt iets vraagt, verwacht je een authentiek antwoord te krijgen, dat wil zeggen, vanuit de oorspronkelijke diepte van de ander, en geen geprogrammeerd antwoord van een robot. Die oneindige diepte kan ineens op je af komen en je ineens overvallen, bijvoorbeeld als iemand je echt aankijkt. Als je die ander met zijn peilloze blik kunt accepteren, komt het echt open. Zoiets kan ook gebeuren bij andere levende wezens, de dieren en de planten, en ook voor niet-levende dingen. Ze hebben alle een eigenheid en diepte die niet zomaar is in te kaderen in de eigen patronen. Je schept niet alles zelf. De constructie van de geest is beperkt. De wereld is geen gesloten creatie van de geest, maar oneindig open in alle richtingen.
 Dan blijft er de verwondering: hoe is het mogelijk dat de vormen opkomen vanuit die diepte-sfeer. Wat is dat voor sfeer? Deze past niet in de kaders van de standaard ruimte en tijd. Ook inhoudelijk ga je in de gesprekken met anderen door de materiële vormen heen naar een leven en beleven van allerlei soorten werelden. Daarin lopen heden, verleden en toekomst door elkaar; het hier en het daar zijn niet meer gescheiden. Dat geldt ook voor het zien naar een schilderij, bij het luisteren naar muziek. Waar komen al die werelden vandaan? Van waaruit komen al die vormen op? Je staat stil bij simpele dingen, een glas water, een bloem, de zon, en je verwondert je er ineens over dat die dingen er zijn. Als je de waargenomen dingen niet direct invoegt in je kennis die je hebt geleerd, komen de dingen op vanuit een open sfeer en je verwondert je. Het is een wonder dat die dingen er zijn. Dat geldt ook voor je eigen lichamelijke bestaan. Het is een wonder, als je het niet in de vanzelfsprekende patronen vastzet. Toch laat het alledaagse leven op veel plaatsen openheid zien. Soms breekt die openheid ineens sterk door.
NON-DUALITEIT  –  4.3 ‘DAT BEN JIJ’ : WAT IS ‘DAT’? 
Gouda, 6 december 2006    Douwe Tiemersma

Agroep 2016-03-10

De oceaan en de golven

Dit is een belangrijke metafoor om een betere herkenning te krijgen van non-dualiteit. Het is een imaginatie waarbij de afstand tot het beeld verdwijnt. Dan wordt de innerlijke betekenis duidelijk voor jezelf. Uitgaande van je zelfervaring als een persoon kun je ervaren dat je in de oceaan zakt, daarin oplost en zelf die oceaan bent. Je kunt je ook identificeren met een golf. Dan zit je achter je ogen te kijken naar andere golven op een afstand. Je stelt vast: ‘Ik ben verschillend van die an­dere golven.’ Zij zijn een beetje anders; sommige zijn hoger. Zelf wil je ook hoger worden, maar je ervaart dat je kleiner gaat worden en dreigt te verdwijnen. Je doet er alles aan om je bestaan als golf te rekken. Je kunt natuurlijk ook gaan zien dat je niets anders bent dan de oceaan en dat de an­dere golven ook de oceaan zijn en dus gelijk aan jou.

Je kunt meditatief zo bij die oceaan als erva­ren realiteit blijven dat de afstand gaat verdwijnen. In je eigen beleving zak je dan in die oceaan, ga je erin op en ga je ermee samenvallen. Als golf is er de ervaring dat je bestaan zich naar beneden toe doorzet, dat je peilloos diep bent. Als oceaan ervaar je je peilloos diep met naar boven toe ergens een golf die de kop opsteekt. Dan wordt duide­lijk dat, als je je identificeert met die golf en die blik, je je eigen zelf-zijn vergeet. Je gaat dan oordelen, wensen en willen. Dan is duidelijk dat het golfje alleen een oppervlakteverschijn­sel is, dat het eigenlijk niets is in vergelijking met de oceaan. Je bent die oceaan, die af en toe wat van die verschijnselen aan de oppervlakte heeft. Daarbij zijn de golfjes niet ver­schillend van elkaar.

In de golf is er een afstandelijke waar­neming van objecten. In de oceaan, teruggekeerd in jezelf als gevoelsmatig bewust-zijn, is er een intern kennen, een interne zijnservaring dat je de hele oceaan bent. Kijk maar eens naar je hand. Je kunt vanuit je ogen naar je handen kijken als object. Je kunt je ook bewust wor­den van je innerlijke sfeer, bijvoorbeeld bij het tasten. Dan is je hand geen object. Je hand neemt waar en zelf ben je je hand, als subject van de waar­neming. Je kunt ook jezelf als gezichtspunt laten zakken. Je perspectief gaat dan naar beneden en daarbij kom je dichterbij je lichaam totdat je ermee samenvalt. De scheiding tussen object en jezelf als subject verdwijnt. Eerst is er (bovenin) een scheiding tussen waarnemer en waargenomene, terwijl er ook (naar beneden toe) een verweving is en zelfs een samenvallen.

Wat je ervaart hangt dus af van je standpunt. De verschillende perspectieven kun je je ook tegelijkertijd bewust. Dat is dus een voelen en een zien. Het zien en voelen gaat samen. Het zien is ingebed in de gevoelsmatige zelf-sfeer waarin geen scheidingen zijn. Als je jezelf in de spiegel ziet, kun je zeggen dat je een beeld ziet. En je bent geen beeld. Dat niet-zijn vanuit het bewuste zien gaat echter samen met het gevoelsmatig zijn van het beeld. Dat wordt duidelijk als je je afstandelijk én op een dieper niveau bewust wordt. Dit is een innerlijk bewustzijn zonder je exclusief achter je ogen op te stellen of in het topje van de golf te gaan zitten, terwijl je ook beseft dat je als bewust-zijn niet afhankelijk bent van de ervaren vormen.

SATSANG – Hoe zit het met jezelf? – Douwe Tiemersma
Hoofdstuk 49

Agroep 2015-09-10

ZINTUIGLIJKE NON-DUALITEIT

Wil de tweeheid en het ermee verbonden lijden oplossen, dan zul je in de praktijk heel helder, ervaringsmatig, moeten vaststellen dat non¬dualiteit de werkelijkheid is.

Het tastgevoel:
Stel je voor dat de wind waait en dat je die wind op je huid ervaart. Wat ervaar je nu werkelijk? Er is een gevoel waarbij je niet meer apart de huid ervaart en de wind ervaart. In de ervaring is er één verschijnsel. Je kunt er verder over denken dat het twee kanten heeft, je huid en de wind, maar wat je ervaart is één ver¬schijnsel. Je ervaart niet je huid apart en de wind apart. Ze zijn helemaal samen gekomen. Het is één gevoelsmatig verschijnsel. Noem het maar huid-wind. Het lichamelijke van jezelf en wat zogenaamd van buiten komt vallen helemaal samen. Je moet gewelddadig ingrijpen om die twee weer uit elkaar te halen. In de gevoelsmatige ervaring gaat het alleen maar om dat ene gevoel huid-wind. De wind is niet zonder huid, de huid is niet zonder wind. Het is één verschijnsel.

De smaak:
Als je iets proeft, bv fruit. Hoe zit het met jezelf wat betreft die smaakervaring en datgene wat je proeft? Dat is toch ook één? Er is niet een apart ‘ik proef’ en ‘dat wat ik proef’; beide zijn bij elkaar gekomen. Er is één verschijnsel van smaak. Als je heerlijk geniet van de smaak, ga je er gemak¬kelijk in op. Dan is er alléén maar ‘één smaak’. Er is niets anders. Je pakt het fruit en er is nog afstand; je brengt het naar je toe, geniet ervan en er is in het volkomen genieten een samenvallen van jezelf en het fruit.

In het horen verdwijnt ook de scheiding.
Je hoort mooie muziek en je gaat erin mee: de scheiding is verdwenen. In het meegaan ontwikkelt ‘ik hoor/ben de muziek’ zich ruimtelijk en ontstaat er het letterlijk-oneindige zijnsgenieten. Je kunt niet zeggen of dat ergens buiten is, of dat dat in je eigen sfeer aanwezig is. Er is een non-dualiteit.

Het zien is sterk dualistisch, want het zien stelt op afstand iets vast. Doordat wij heel duidelijk visueel zijn ingesteld, is in ons idee alles op afstand aanwezig. De tweeheid heerst. Maar er is ook een ander zien, een gevoelsmatig zien waarin geen afstand aanwezig is. Als je ziet vanuit je hart merk je dat je in het zien bij en in de dingen bent. Elke afstand is weg. Je ziet iemand anders vanuit je hart. De afstand valt weg en direct kun je vaststellen dat er geen tweeheid met die ander is maar een non-dualiteit. Je moet je inspannen om de afstand in de gaten te houden en te laten voortbestaan. Als er een beetje ontspanning komt, zak je vanzelf naar beneden. Je gaat weer gevoelsmatig zien – vanuit je hart – en ziet dan de scheiding verdwijnen.

Uit Non-Dualiteit van Douwe Tiemersma p172-176

Agroep 2015-06-11

Over het kennen

Allereerst is inkeer nodig om niet gefixeerd te blijven op datgene wat daar buiten is. Als de aandacht werkelijk eerst naar binnen gaat komt alles weer op een prachtige manier terug. Op een heel andere wijze dan bij de scheiding binnen-buiten. Er is dan namelijk niet meer de oude structuur ‘ik hier, de andere dingen daar en ertussen de relatie’. Het kennen wordt veel intiemer dan ooit mogelijk is bij de afstandelijke wijze van kennen. Er is geen scheiding meer tussen binnen en buiten. Alles is in de sfeer van Zelf-zijn aanwezig. Er is geen beperking meer in het zelf en in de objecten. Beide gaan totaal in elkaar op. Er is fundamenteel geen gescheidenheid meer. Dat is advaita. Het is geen positieve eenheid, maar ongescheidenheid waar je eigenlijk niets meer over kunt zeggen.

Traditioneel wordt in de oude teksten van de Upanishaden steeds weer gevraagd: wie is de eigenlijke waarnemer? Als je je werkelijk iets realiseert van de uiteindelijke waarnemer, dan blijkt die hele structuur van de waarnemer, het waargenomene en het waarnemen niet meer aanwezig te zijn. Dan blijkt dat het waarnemen een direct vaststellen is. Als er verschijnselen zijn, zijn ze er blijkbaar als zodanig. Dat is de waarheid: het verschijnen van iets. Als je gaat denken en allerlei tussenliggende processen van het waarnemen stelt, zeg je dat de waarneming indirect is. Ze maakt gebruik van verschillende organen en allerlei cognitieve schema’s. Maar wanneer je gaat kijken naar de waarneming zoals die bij jezelf aanwezig is, dan is die direct. Dan heb je niets te maken met ogen, hersenen en kenvormen. Er is een direct vaststellen. Pas wanneer het denken erbij komt, krijg je weer het uit elkaar halen, de indirectheid.

De neurobiologen zeggen dat de waarneming in de hersenen plaats vindt. Wanneer er waarneming van een landschap is, heb je niets met je hersenen te maken en wel alles met het landschap. In de waarneming zelf zijn geen hersenen en als ze er zijn zijn het waargenomen hersenen, een object. De waarneming is direct. Iets verschijnt hier en nu in het licht, en het is er. Ook al kijk je even later de andere kant op en zie je iets anders. Ook dan is er een directe waarneming in het hier en nu.

Elk object komt in de waarneming wezenlijk samen met het subject, want anders is er geen waarneming. In elk waarnemen is er eigenlijk een tijdloos ogenblik, en er is iets. En dat is een proces waarbij het subject en object samenvallen. Je neemt als subject iets waar en je neemt het waar als waar, ook al stel je later vast dat het een onjuiste waarneming was. Dan is er namelijk een nieuwe directe vaststelling in de eigen sfeer.
In de directheid gaan het vaststellen en het verschijnen samen, het bewustzijn en het zijn, subject en object. Voordat ze werkelijk helemaal samenvallen is er een intuïtief, intern waarnemen, een zijnskennen, waarbij je niet meer verschillend bent van datgene wat je waarneemt. Als beide polen volledig samenvallen is er niets meer. Daarvan is nog een leeg zijnskennen mogelijk.

Uit een gesprek met Douwe Tiemersma te Gouda, 22 mei 2002

Agroep 2015-04-09

Advaita als directe weg

Advaita is principieel een directe weg. Je gaat terug naar de oorsprong en je zegt: ja, dat is het. Dat kun je zeggen door een direct inzicht.

De ervaring dat het ruimer wordt, geeft altijd een geweldig gevoel van vreugde. Omgekeerd kun je ook zeggen: overal waar vreugde is, is verruiming. Elke vreugde komt door verruiming. Alle mensen zoeken vreugde en geluk. Ze zoeken allemaal die verruiming. En als je dit mechanisme doorhebt, zeg je: alles kan me gestolen worden want die heldere ruimte is het belangrijkste. Dan laat je je helemaal in die heldere ruimte van je glijden en is er de directe weg van verlichting.

De belangrijkste meditatie is de meditatie op het punt in het centrum. Dus dan ga je door alle bestaanslagen heen, naar het centrum toe. Daarin vallen object en subject samen. Dit is een beweging die samengaat met de verruiming. Bij de verruiming is dit aspect van terugkeren naar je centrum ook erg belangrijk.

Hoe meer je naar dat centrum toegaat des te meer ruimte er komt en des te minder zwaarte er is. Je laat steeds meer los, je duikt er steeds dieper in, je laat steeds meer los, alle brokken waar nog een stuk beperkt zelfzijn in zit.

Uit een gesprek met Douwe Tiemersma, Groningen, 9 oktober 2011

Agroep 2015-02-12

Infinity

Je ziet dat de oude toestand lijden betekent. Je ziet dat er eerst in alles een basale angst
zat. In het gewone leven is dat niet altijd even duidelijk. Het leven kan prettig zijn. Maar
toch zit er een stuk onvrede in en dat blijkt ook wel. Na een prettige periode komt het lijden
des te sterker naar voren en wanneer je goed kijkt, zit die onvrede ook in de prettige
periodes. Het is een altijd aanwezige ondertoon; het vastzitten, het niet los kunnen laten,
niet volledig vrij zijn, altijd beperking, het samentrekken. Het kan heel subtiel, maar ook
grof zijn; de spanning in de spieren, blokkades in de energiestroming, in het gevoel met
verdrongen ervaringen, in het denken. Maar afgezien hiervan is er die basale ondertoon in
het leven, ook wanneer het prettig is. Wanneer je dat duidelijk ziet, kan het wegvallen.
Dan is er de vrijheid ….

Dan is er vrijheid en dan snap je wat de advaita betekent, niet theoretisch, maar als zijnservaring.
Eerst is er dus de bewustwording toch nog overal aan vast te zitten en dan de vrijheid ervan.
En het gebeurt zomaar. Met het denken heeft het niets te maken. Het denken houdt
juist vast. Ook met yogatraining heeft het niets te maken. De band met het ego lost zomaar
op. De basale zwaarte, de subtiele bezorgdheid verdwijnt zomaar. Alles wordt helder, licht.
Wat er in de wereld gebeurt, doet er niet toe. Als die er is ben je haar zelf: een kosmische
dans van energieën. De wereld als een harde werkelijkheid zien is dan een illusie. Niet
de wereld is een illusie, wel het zien van de wereld als een objectieve werkelijkheid. Dit
komt omdat je haar zo maakt en er zoveel in hebt geïnvesteerd. Je denkt een verleden en
toekomst en werkt daarin. Maar wanneer je alles los kunt laten, wordt de wereld doorzichtig.
Je doorziet haar als een projectie van je geest.

Wat ik ervaren heb als erg belangrijk voor het uiteindelijke loslaten is het vertrouwen
in iemand die ’aan de andere kant staat’. Alles loslaten gaat niet zomaar. Het gaat om dat
waarvan je onbewust dacht dat het de basis van je bestaan was. Dan is dat vertrouwen wel
heel belangrijk. Dat je zo iemand gelooft, wanneer hij zegt: ‘Jij bent Brahman.’ Als je dat
gelooft is het ook zo; van het ene moment op het andere zie je het. Het ene moment zit
je nog vast, het andere moment is er de onbeperkte werkelijkheid. Omdat je dat onvoorwaardelijk
gelooft, zie je het. Voor de meesten blijkt dat moeilijk te zijn. Er zijn honderden
mensen die bij grote meesters komen en er is maar een enkeling die het accepteert en
zo het uiteindelijke realiseert. Zie de beperkingen van je ik steeds duidelijker in en realiseer
je dat je het Zelf bent, als vrij bewust-zijn, waarin je hele wereld kan oplossen. Stel je
daarvoor open. Geloof erin, zodat je het ziet. Geef je daaraan over.

Realiseer je dat je het Zelf bent, als vrij bewust-zijn, waarin je hele wereld kan oplossen. Stel je
daarvoor open. Geloof erin, zodat je het ziet. Geef je daaraan over. Het is te vergelijken
met het je in een diepe afgrond storten. Als je in de afgrond durft te springen, heb je alle
angst overwonnen. Als dit niet lukt, houd je je vast en blijf je in de beperktheid zitten. Er
is een fase van doodsangst van het ikje dat wil blijven bestaan. Die wordt overwonnen
wanneer je een groot vertrouwen hebt in de ruimte waarin je terechtkomt, een vertrouwen
dat je opgevangen wordt. Daarbij kan een goeroe van onschatbare betekenis zijn,
niet als persoon, maar omdat je ziet dat hij die ruimte is. In hem zie je dat het mogelijk is.
Laat het dan maar gebeuren.
Douwe Tiemersma

Deze meditatietekst is gekozen door Bart.

Agroep 2015-01-08

De directe weg

Wat je nu werkelijk bent, waar geen twijfel over bestaat, wat het meest zeker is: ga daar eens naar zoeken.
Alle zaken kunnen wegvallen. Maar wat kan nooit wegvallen? Dat ben je Zelf.
Je moet duidelijk gaan zien dat je je Zelf bent en dat niemand je dat kan afnemen. Ze kunnen je desnoods je lichaam van je afnemen, maar het zelf-zijn blijft. Dat is zonder vorm en boventijdelijk. Het is er altijd al geweest en zal er altijd zijn. Richt je daarop en voel: ik ben mezelf.
Dan worden de banden minder zwaar en kunnen ze verdwij­nen. In ieder geval worden ze betrekkelijk. Zolang het lichaam er is blijven de relaties er in zekere zin, maar je bent er vrij van, omdat je inziet dat je daartoe niet beperkt bent.

Het Zelf is niet een beeld, maar een gevoelsmatig, bewust zelf-zijn. Dat moet je niet ergens ver weg zoeken. Het is het meest dichtbije wat er is. Dat heeft iedereen, hoewel de meeste mensen zich dat niet zo bewust zijn. Men gaat het zelf-zijn inkapselen in vormen, vastleg­gen in eigenschappen. Het wordt verstopt. Maar, wanneer je terugkeert op het zelf-zijn, ervaar je dat vormen niet belangrijk zijn.
Wanneer je aan het verleden denkt zie je vormen en je identificeert je er niet meer mee. Denk je aan de toekomst dan heb je ook allerlei vormen voor ogen. Maar ook daar identificeer je je niet volledig mee. Waarom zou je dan wel opgaan in vormen waarvan je zegt dat ze er nu zijn? Ze zijn wel het meest helder, maar het ligt op precies hetzelfde vlak. Het zijn ook maar bepaalde vormen.
Het zelf-zijn was er vroeger, is er nu en zal er altijd zijn. Het zal er ook zijn wanneer het lichaam is verdwenen en was er ook voor de geboorte en de conceptie. Het hele leven is een film die verschijnt in het zelf als gewaarzijn. Dit laten gebeuren is de belangrijkste meditatie. Word je bewust van je zelf-zijn. Dan ben je vrij van verleden, heden en toekomst.
In de yoga kun je op het energiegebied vrij veel bereiken. Maar is dat belangrijk? Als je steeds meer datgene loslaat wat niet tot jezelf behoort kom je op een fijner niveau te leven. Maar hier moet je geen wetenschap, yogawetenschap, van maken. Er wordt wel gezegd dat door het opwekken van kundalini de bevrijding wordt bereikt, maar het Uiteindelijke ligt ver voorbij deze sterk van de fysiologie afhankelijke situaties.
Ga niet op het subtiele niveau verder werken, zoals de echte hathayogi’s. Wanneer je dat doet, ben je op precies dezelfde wijze bezig als in de drukke dagelijkse wereld. Zie het niet als doel of als weg naar je doel.
Het kan in bepaalde gevallen nuttig zijn. Maar doe het met de juiste instelling: kijk ver­der. Verslinger je er niet aan. Het kan je jaren of misschien je hele leven kosten, terwijl ik het heb over de directe realisatie van je bevrijde staat.

De overgave aan en bewustwording van het zelf is een directe weg en hierop zijn die andere zaken niet belangrijk. Dat het een groeiproces is, is een denkbeeld. Je zit in de toekomst te projecteren. Je hebt een idee gevormd van een ladder met allerlei sporten en daar zit je aan vast. Net zo goed als je aan het idee vastzit dat het een lichamelijk gebeuren is. Dat moet je loslaten. En dat kan, wanneer je maar helder durft te kijken en beseft wat jezelf bent. Dan kom je tot jezelf. Het is zo gemakkelijk. Je draagt het altijd in je, daarvanuit leef je. Alleen kijk je verkeerd, in de uitwendige wereld, in de lichamelijke en gevoelswereld. Natuurlijk is het goed die wereld te leren kennen, maar vraag je af of die din­gen jezelf zijn. Vraag je steeds af: wat ben ik werkelijk? Wanneer je heel helder en eerlijk kijkt, komt de realisatie. Dan word je wat jezelf bent en altijd al was.

Uit het boek Satsang van Douwe Tiemersma – blz 16-18